Lezen
Voorspellingenkaart: check je voorspelling
Leerlingen lezen actiever omdat ze telkens hun eigen voorspelling willen bevestigd of ontkracht zien.
Achtergrond
Voorspellen ('predicting') is een van de meest onderzochte begrijpend-leesstrategieën en wordt onder meer door ReadWriteThink beschreven als een manier om leerlingen vóór het lezen een leesdoel te geven: ze bekijken de kaft, titel, eerste bladzijden of illustraties, en formuleren op basis daarvan een verwachting over wat er gaat gebeuren. Het werkt zo effectief omdat het lezen verandert van een passieve bezigheid in een actieve zoektocht — leerlingen lezen verder om te ontdekken of hun voorspelling klopt, wat de betrokkenheid en het tekstbegrip flink verhoogt. Belangrijk onderdeel van de techniek is dat leerlingen hun voorspelling altijd onderbouwen met een aanwijzing uit de tekst of illustraties, zodat het geen giswerk blijft maar gekoppeld is aan wat er werkelijk op de pagina staat. Na het lezen van het aangewezen stuk gaan leerlingen terug naar hun voorspelling en checken: klopte het, klopte het deels, of liep het compleet anders — en wat heeft de auteur gedaan om dat te bereiken? Deze voor-tijdens-na-structuur maakt de kaart ook heel geschikt om meerdere keren in hetzelfde boek te gebruiken, bijvoorbeeld bij elk nieuw hoofdstuk.
Zo doe je het
- 1Stop op een spannend punt in het voorleesboek en vraag: 'Wat denk je dat er nu gaat gebeuren?'
- 2Vraag leerlingen hun voorspelling te onderbouwen: 'Waarom denk je dat? Wat in het verhaal wijst daarop?'
- 3Lees verder en kom na het aangewezen stuk terug op de voorspellingen: wat klopte, wat niet?
- 4Herhaal dit twee of drie keer per boek, bijvoorbeeld bij het begin van elk nieuw hoofdstuk.
- 5Laat leerlingen bij hun eigen leesboek zelfstandig een voorspellingenkaart bijhouden op vaste stopmomenten.
Voorbeelden
- —Bij het zien van de kaft van 'Dolfje Weerwolfje' (een jongen die half in weerwolf verandert) voorspellen leerlingen bijvoorbeeld: 'Ik denk dat hij een geheim heeft dat hij voor iedereen verborgen probeert te houden.' Na het lezen van het eerste hoofdstuk checken ze of dat klopte.
- —Bij 'Roodkapje', halverwege het verhaal waar de wolf zich al bij oma heeft genesteld, voorspellen leerlingen: 'Ik denk dat Roodkapje gaat merken dat er iets niet klopt aan oma.' Na het voorlezen van de beroemde 'wat heb je grote oren'-scène checken ze hun voorspelling.
- —Bij een informatief verhalend boek over een dierenreis kunnen leerlingen bij elk nieuw hoofdstuk voorspellen welk obstakel het dier nu zal tegenkomen, gebaseerd op wat ze al weten over het gebied waar het verhaal zich afspeelt.
Werkblad
Mijn voorspellingenkaart
Vul dit in op een spannend stopmoment. Lees daarna verder en kom terug om te checken of je voorspelling klopte.
1. Waar ben je gestopt met lezen?
bijv. bladzijde of hoofdstuk
2. Wat denk je dat er nu gaat gebeuren?
3. Waarom denk je dat? Welke aanwijzing heb je gebruikt?
iets wat je las of op een plaatje zag
4. Lees verder. Wat gebeurde er echt?
5. Klopte je voorspelling helemaal, deels of niet?
6. Wat verraste je het meest?
Ervaringen van leerkrachten met deze werkvorm
Alleen geverifieerde leerkrachten kunnen reviewen — zo blijft elke review betrouwbaar.
InloggenNog geen ervaringen gedeeld. Log in als geverifieerde leerkracht om als eerste je ervaring te delen.
Klopt er iets niet, of wil je iets kwijt over deze pagina?