Lezen
Tekstverbindingen: ik – tekst – wereld
Leer leerlingen een verhaal koppelen aan zichzelf, aan andere boeken en aan de grote wereld — en zo dieper te begrijpen wat ze lezen.
Achtergrond
Deze strategie is gebaseerd op het werk van leesonderzoekers Ellin Keene en Susan Zimmermann (Mosaic of Thought, 1997), die drie soorten verbindingen onderscheidden die goede lezers automatisch maken: tekst-naar-zelf (een link met je eigen leven en ervaringen), tekst-naar-tekst (een link met een ander boek, verhaal of film) en tekst-naar-wereld (een link met gebeurtenissen, plekken of thema's in de echte wereld). De strategie wordt onder meer als kant-en-klare 'strategy guide' aangeboden door ReadWriteThink en is inmiddels een vast onderdeel van leesbegripsonderwijs. Het werkt goed omdat lezen pas echt gaat leven wanneer een tekst aanknopingspunten vindt met wat een leerling al weet en voelt — onderzoek laat zien dat leerlingen die actief verbindingen leggen, tekst beter onthouden en beter begrijpen dan leerlingen die alleen 'lezen om te lezen'. Belangrijk is wel het onderscheid tussen een oppervlakkige verbinding ('ik heb ook een hond, net als in het boek') en een diepe verbinding die het begrip van het verhaal echt verrijkt ('ik snap nu beter waarom het personage bang is, want ik voelde me ook zo toen...') — dat onderscheid expliciet bespreken is een belangrijk onderdeel van de instructie.
Zo doe je het
- 1Modelleer eerst zelf hardop denkend: lees een fragment voor en laat hardop horen welke verbinding (zelf/tekst/wereld) er bij jou opkomt en waarom.
- 2Leg leerlingen het verschil uit tussen een oppervlakkige en een diepe verbinding, met een concreet voorbeeld van allebei.
- 3Laat leerlingen tijdens het lezen op post-its of op het werkblad noteren welke verbinding ze maken en bij welk soort (zelf, tekst of wereld) die hoort.
- 4Bespreek in tweetallen of klassikaal welke verbindingen het begrip van het verhaal het meest hebben geholpen — niet elke verbinding is even waardevol.
- 5Laat leerlingen afsluitend kiezen welke van hun drie verbindingen ze verder zouden willen uitwerken, bijvoorbeeld in een klein gesprek of schrijfopdracht.
Voorbeelden
- —Bij 'Wonder' (R.J. Palacio) maakt een leerling een tekst-naar-zelf-verbinding ('ik was ook wel eens bang om ergens nieuw binnen te komen') en een tekst-naar-wereld-verbinding met pesten op school in het algemeen.
- —Bij 'Het Achterhuis' (Anne Frank) leggen leerlingen een tekst-naar-wereld-verbinding met de Tweede Wereldoorlog of met actuele situaties waarin mensen moeten onderduiken, en eventueel een tekst-naar-tekst-verbinding met een andere oorlogsroman die ze kennen.
- —Bij 'Harry Potter en de Steen der Wijzen' (J.K. Rowling) maakt een leerling een tekst-naar-tekst-verbinding met een ander fantasyboek met een 'gekozen held', en een tekst-naar-zelf-verbinding met het gevoel om ergens nieuw en onzeker te beginnen.
Werkblad
Mijn tekstverbindingen
Noteer tijdens het lezen minstens één verbinding per soort — het hoeft niet in deze volgorde.
Wat las je op dat moment?
een korte omschrijving van de scène of het stukje tekst
Tekst → Zelf: waar in jouw eigen leven doet dit je aan denken?
een ervaring, gevoel of persoon uit je eigen leven
Tekst → Tekst: aan welk ander boek, verhaal of film doet dit je denken?
en waaróm doet het je daaraan denken
Tekst → Wereld: waar in de echte wereld (nu of vroeger) doet dit je aan denken?
een gebeurtenis, plek of thema uit het nieuws of de geschiedenis
Welke van jouw drie verbindingen hielp je het meest om het verhaal te snappen? Waarom?
Ervaringen van leerkrachten met deze werkvorm
Alleen geverifieerde leerkrachten kunnen reviewen — zo blijft elke review betrouwbaar.
InloggenNog geen ervaringen gedeeld. Log in als geverifieerde leerkracht om als eerste je ervaring te delen.
Klopt er iets niet, of wil je iets kwijt over deze pagina?