Direct naar de inhoud

Lezen

De spanningsboog: het verhaal als berg beklimmen

Eén tekening van een berg maakt meteen zichtbaar waar de spanning in een verhaal op- en afloopt.

groep 5-8 25-35 minuten

Achtergrond

Deze techniek staat in het Engelstalige onderwijs bekend als 'story mountain' (ook wel 'plot mountain'), een visuele vereenvoudiging van de klassieke verhaalopbouw die teruggaat op het al veel oudere dramamodel van Freytag (exposities, oplopende actie, hoogtepunt, aflopende actie, ontknoping). Gratis onderwijsbronnen zoals Oxford Owl gebruiken de berg-metafoor juist omdat kinderen 'm intuïtief snappen: je klimt omhoog terwijl het spannender wordt, bereikt de top op het heftigste moment, en daalt daarna weer af naar een rustig einde. Het werkt didactisch goed omdat leerlingen zo leren dat spanning in een verhaal niet willekeurig is, maar is opgebouwd — een inzicht dat ze zowel helpt bij het analyseren van boeken als bij het zelf schrijven van een spannend verhaal. Omdat de berg letterlijk een vorm heeft, is dit ook een van de weinige grafische organizers die je heel goed als tekening op het bord kunt laten groeien terwijl de klas het verhaal bespreekt, wat het extra geschikt maakt voor jongere of visueel ingestelde leerlingen. Leerkrachten gebruiken de spanningsboog zowel na het lezen (het verhaal ontleden) als vóór het schrijven (een eigen verhaal plannen).

Zo doe je het

  1. 1Teken samen met de klas een berg op het bord met vijf duidelijke punten: beginsituatie, aanleiding, oplopende spanning, hoogtepunt, ontknoping.
  2. 2Bespreek bij een bekend verhaal welke gebeurtenis bij welk punt van de berg hoort.
  3. 3Laat leerlingen hardop beargumenteren waaróm iets het hoogtepunt is: wat maakt dat moment het spannendst?
  4. 4Geef leerlingen hun eigen leesboek en laat ze de berg zelfstandig invullen met gebeurtenissen uit dat boek.
  5. 5Laat als verdieping zien dat niet elk boek precies één top heeft — bij sommige verhalen zijn er meerdere kleinere pieken vóór het echte hoogtepunt.

Voorbeelden

  • Bij 'Roodkapje': beginsituatie = Roodkapje krijgt de opdracht koek naar oma te brengen; aanleiding = ze komt de wolf tegen in het bos; oplopende spanning = de wolf loopt vooruit, doet zich voor als oma, Roodkapje merkt dat er iets niet klopt; hoogtepunt = de wolf probeert Roodkapje op te eten; ontknoping = de jager grijpt in en bevrijdt hen.
  • Bij 'Dolfje Weerwolfje': beginsituatie = Dolfje is een gewone jongen met een geheim; aanleiding = het wordt bijna volle maan; oplopende spanning = Dolfje probeert op school te verbergen dat hij verandert; hoogtepunt = zijn geheim dreigt op het spannendste moment uit te komen; ontknoping = het loopt goed af en Dolfje leert beter met zijn weerwolfkant omgaan.
  • Bij een spannend jeugdboek met een zoektocht kunnen leerlingen ontdekken dat de 'oplopende spanning' uit meerdere hindernissen bestaat die elk een klein stukje hoger op de berg liggen, vlak vóór de uiteindelijke top.

Werkblad

Mijn spanningsboog

Vul bij elk deel van de berg in wat er in het verhaal gebeurt. Begin onderaan links en eindig onderaan rechts.

1. Beginsituatie — hoe begint het verhaal, wie/waar/wanneer?

2. Aanleiding — welke gebeurtenis brengt het verhaal op gang?

het moment waarop het 'gewone leven' verandert

3. Oplopende spanning — welke gebeurtenissen maken het steeds spannender?

noem er twee of drie, in de juiste volgorde

4. Hoogtepunt — wat is het meest spannende of beslissende moment?

5. Aflopende spanning — wat gebeurt er direct na het hoogtepunt?

6. Ontknoping/einde — hoe eindigt het verhaal?

Ervaringen van leerkrachten met deze werkvorm

Alleen geverifieerde leerkrachten kunnen reviewen — zo blijft elke review betrouwbaar.

Inloggen

Nog geen ervaringen gedeeld. Log in als geverifieerde leerkracht om als eerste je ervaring te delen.

Klopt er iets niet, of wil je iets kwijt over deze pagina?