Bespreken
Leeswijzer-bladwijzer
Een bladwijzer die tegelijk een gesprekshulp is: 6 korte vragen altijd binnen handbereik tijdens het lezen.
Achtergrond
Bladwijzers met leesvragen zijn een veelgebruikt, laagdrempelig alternatief voor het traditionele boekverslag: in plaats van één grote opdracht na afloop, beantwoorden leerlingen steeds een klein stukje terwijl ze lezen. Het format is breed terug te vinden bij educatieve uitgevers zoals Scholastic (Reading Response Bookmarks & Graphic Organizers) en in lesplannen van ReadWriteThink, die bladwijzers gebruiken om leerlingen op vaste leesmomenten kort te laten reflecteren zonder de leesflow te veel te onderbreken. De kracht zit in de vorm: omdat een bladwijzer klein is, past er maar plek voor een paar woorden per vraag, wat drempelverlagend werkt voor leerlingen die tegen een heel werkblad opzien. Doordat de bladwijzer in het boek blijft zitten, werkt hij ook als geheugensteun voor een boekengesprek weken later — leerlingen hoeven niet meer te raden wat ze ook alweer vonden van hoofdstuk 3. Voor kinderboeken werkt dit het best met open, generieke vragen die op vrijwel elk verhaal passen, zodat je de bladwijzer bij ieder boek opnieuw kunt inzetten.
Zo doe je het
- 1Print of laat leerlingen zelf een smalle bladwijzer maken (ca. 5 x 18 cm) met 5 tot 6 open vragen erop gedrukt of geschreven, met tussen elke vraag een paar lege regels.
- 2Bespreek klassikaal wat een 'goed' kort antwoord is: geen ja/nee, maar een zin met een reden of voorbeeld erbij.
- 3Laat leerlingen de bladwijzer in hun boek leggen en op een vast leesmoment (bijvoorbeeld elke 2 hoofdstukken) telkens één vraag beantwoorden.
- 4Wissel de vragen op de bladwijzer af per leesronde — niet elke keer dezelfde vraag, zodat leerlingen op verschillende momenten in het verhaal verschillende dingen opmerken.
- 5Gebruik de ingevulde bladwijzer aan het einde als startpunt voor een kort boekengesprek in tweetallen of een leeskring.
Voorbeelden
- —Bij 'De brief voor de koning' (Tonke Dragt) beantwoordt een leerling na hoofdstuk 5 de vraag 'wat zou jij doen in de plaats van Tiuri?' met een kort, persoonlijk antwoord.
- —Bij 'Kruistocht in Spijkerbroek' (Thea Beckman) noteert een leerling bij de vraag 'welk woord past het best bij dit hoofdstuk en waarom?' bijvoorbeeld 'verwarrend, want Dolf snapt niet waar hij is'.
- —Bij 'Dolfje Weerwolfje' (Paul van Loon) schrijft een leerling bij de vraag 'wat verraste je het meest tot nu toe?' een kort antwoord over een onverwachte wending.
Werkblad
Leeswijzer-bladwijzer
Knip de bladwijzer uit, leg hem in je boek en vul steeds één vraag in als je een leesmoment afsluit.
Wat gebeurde er in dit stuk, in 1 zin?
geen opsomming, gewoon de kern
Welk woord past bij dit stuk en waarom?
bijv. spannend, grappig, verdrietig — en waarom precies
Wat zou jij doen in de plaats van de hoofdpersoon?
Welke vraag heb je nu over het verhaal?
iets wat je nog niet snapt of wilt weten
Wat verraste je het meest?
Zou je hier willen zijn/dit willen meemaken? Waarom (niet)?
Ervaringen van leerkrachten met deze werkvorm
Alleen geverifieerde leerkrachten kunnen reviewen — zo blijft elke review betrouwbaar.
InloggenNog geen ervaringen gedeeld. Log in als geverifieerde leerkracht om als eerste je ervaring te delen.
Klopt er iets niet, of wil je iets kwijt over deze pagina?