Lezen
KWL: wat weet ik, wat wil ik weten, wat heb ik geleerd
Eén simpel drieluik dat voorkennis, nieuwsgierigheid en nieuwe kennis rond een informatief boek in één oogopslag zichtbaar maakt.
Achtergrond
KWL is een van de bekendste leesstrategieën voor informatieve teksten, ontwikkeld door leesonderzoeker Donna Ogle in 1986 en sindsdien een vast onderdeel van leesdidactiek wereldwijd, onder meer terug te vinden als kant-en-klare tool bij ReadWriteThink (NCTE/IRA). De drie kolommen dwingen leerlingen om vóór het lezen hun voorkennis te expliciteren (Know), vervolgens gerichte nieuwsgierigheidsvragen te formuleren (Want to know), en na afloop terug te koppelen wat ze daadwerkelijk hebben geleerd (Learned). Dat werkt zo goed omdat het lezen van een informatief boek daardoor van een passieve doorloop verandert in een actief onderzoek: leerlingen lezen om hún vragen beantwoord te krijgen, niet om een tekst 'af te krijgen'. Bijkomend voordeel is dat de W-kolom vaak vragen oplevert die het boek niet beantwoordt, wat een natuurlijke aanleiding is om door te zoeken — sommige varianten voegen daarom een vierde kolom toe: Still want to know (S), voor vragen die na het lezen overblijven. Voor kinderboeken werkt KWL het best bij duidelijk afgebakende onderwerpen (een dier, een tijdperk, een verschijnsel) en kan het zowel klassikaal op het bord als individueel op een werkblad.
Zo doe je het
- 1Kies een informatief boek met een herkenbaar onderwerp (bijvoorbeeld een dier, uitvinding of tijdperk) en laat leerlingen vóór het lezen 2-3 minuten opschrijven wat ze al denken te weten.
- 2Bespreek kort een paar antwoorden klassikaal — correcte voorkennis mag, hardnekkige misvattingen ook, die worden later vanzelf rechtgezet.
- 3Laat leerlingen 2-3 vragen formuleren die ze hopen beantwoord te krijgen tijdens het lezen (de W-kolom); schrijf een paar vragen zichtbaar op het bord om het onderzoekende lezen aan te wakkeren.
- 4Laat leerlingen tijdens of direct na het lezen de L-kolom invullen met wat ze daadwerkelijk hebben geleerd, het liefst in eigen woorden en niet als letterlijke overname uit het boek.
- 5Sluit af met de vraag welke W-vragen onbeantwoord bleven en waar ze het antwoord verder zouden kunnen zoeken — dat is de brug naar een eigen onderzoekje of een vervolgboek.
Voorbeelden
- —Bij een deel uit de Willewete-reeks (informatieve prentenboeken over natuur, techniek of het lichaam) noteren leerlingen bij K bijvoorbeeld 'vulkanen spugen vuur', bij W 'waarom is lava zo heet?' en bij L het echte antwoord uit het boek, in eigen woorden.
- —Bij 'Waanzinnige Wetenschap' (Nick Arnold) over het menselijk lichaam schrijven leerlingen bij K wat ze al weten over bijvoorbeeld het bloed, bij W een vraag als 'waarom is bloed rood?' en vullen ze bij L de walgelijk-leuke feiten uit het boek aan.
- —Bij 'De gruwelijke geschiedenis van de hele wereld' (Terry Deary) noteren leerlingen bij K wat ze al weten over een tijdperk, bij W een concrete vraag over dat tijdperk, en bij L een verrassend feit dat ze niet hadden verwacht.
Werkblad
Mijn KWL-blad bij een informatief boek
Vul de kolommen in vóór, tijdens en na het lezen van je informatieve boek.
Onderwerp van het boek
bijv. vulkanen, het menselijk lichaam, ridders
Wat weet ik al? (vóór het lezen)
schrijf op wat je al denkt te weten, ook als je het niet zeker weet
Wat wil ik weten? (vóór het lezen)
bedenk 2 of 3 vragen die je hoopt beantwoord te krijgen
Wat heb ik geleerd? (na het lezen)
schrijf het in je eigen woorden, niet precies zoals in het boek
Wat wil ik nog meer weten?
welke vraag bleef onbeantwoord?
Waar zou ik dat antwoord kunnen vinden?
een ander boek, internet, iemand die het weet
Ervaringen van leerkrachten met deze werkvorm
Alleen geverifieerde leerkrachten kunnen reviewen — zo blijft elke review betrouwbaar.
InloggenNog geen ervaringen gedeeld. Log in als geverifieerde leerkracht om als eerste je ervaring te delen.
Klopt er iets niet, of wil je iets kwijt over deze pagina?