Lezen
Iemand-Wilde-Maar-Dus-Toen: de supersamenvatting
Vijf woorden die van elk verhaal een kloppende samenvatting van precies één alinea maken.
Achtergrond
Deze samenvattingstechniek is in het Engelstalige onderwijs bekend als 'Somebody-Wanted-But-So-Then' (SWBST), een veelgebruikte strategie die onder meer door Reading Rockets wordt beschreven als een manier om leerlingen van kaal navertellen naar écht samenvatten te brengen. Het idee is simpel: elk verhaal is in de kern te vangen in vijf schakels — er is íémand (de hoofdpersoon), die iets wílde (een doel of wens), máár iets stond in de weg (het probleem), dús deed het personage iets (de aanpak), en tóén gebeurde er iets (de uitkomst). Deze structuur werkt zo goed omdat het leerlingen dwingt om niet alle gebeurtenissen op te sommen, maar juist te filteren op wat er werkelijk toe doet voor de kern van het verhaal — een vaardigheid die rechtstreeks doorwerkt in het schrijven van boekverslagen en het beantwoorden van begrijpend-lezenvragen. Omdat de vijf woorden in vaste volgorde staan, is de strategie ook heel geschikt als opstapje naar het schrijven van een samenvattende alinea: de vijf losse antwoorden vormen bijna vanzelf al lopende tekst. Leerkrachten zetten 'm meestal eerst gezamenlijk in bij een bekend verhaal, voordat leerlingen 'm zelfstandig gebruiken bij hun eigen leesboek.
Zo doe je het
- 1Leg de vijf schakels uit aan de hand van een heel bekend verhaal (sprookje of fabel) dat iedereen kent.
- 2Vul samen de vijf vakjes in op het bord: Iemand - Wilde - Maar - Dus - Toen.
- 3Laat leerlingen de vijf antwoorden hardop combineren tot één lopende samenvattingszin of -alinea.
- 4Geef leerlingen daarna een eigen leesboek en laat ze de strategie zelfstandig toepassen op een net gelezen hoofdstuk.
- 5Bespreek in tweetallen: zit alle belangrijke informatie erin, en niets wat er niet toe doet?
Voorbeelden
- —Bij 'Roodkapje': Iemand = Roodkapje; Wilde = koek naar oma brengen; Maar = de wolf loopt vooruit en doet zich voor als oma; Dus = Roodkapje stelt de wolf vragen over zijn opvallende uiterlijk; Toen = de jager komt op tijd en redt Roodkapje en oma.
- —Bij 'Assepoester': Iemand = Assepoester; Wilde = naar het bal om de prins te ontmoeten; Maar = haar stiefmoeder en stiefzussen houden haar tegen; Dus = een fee helpt haar met een jurk en een koets; Toen = ze verliest haar glazen muiltje en wordt uiteindelijk door de prins gevonden.
- —Bij een hoofdstuk uit een langer kinderboek kan de strategie ook per hoofdstuk herhaald worden, zodat leerlingen aan het eind een reeks korte SWBST-samenvattingen hebben die samen het hele boek navertellen.
Werkblad
Iemand-Wilde-Maar-Dus-Toen
Vul de vijf vakjes in over het boek of hoofdstuk dat je hebt gelezen. Schrijf daarna de vijf antwoorden om tot één samenvattingsalinea.
IEMAND — wie is de hoofdpersoon?
WILDE — wat wilde die persoon graag?
MAAR — welk probleem stond in de weg?
DUS — wat deed het personage om het probleem aan te pakken?
TOEN — hoe liep het af?
Mijn samenvatting in één alinea
gebruik je vijf antwoorden hierboven en maak er lopende zinnen van
Ervaringen van leerkrachten met deze werkvorm
Alleen geverifieerde leerkrachten kunnen reviewen — zo blijft elke review betrouwbaar.
InloggenNog geen ervaringen gedeeld. Log in als geverifieerde leerkracht om als eerste je ervaring te delen.
Klopt er iets niet, of wil je iets kwijt over deze pagina?