Direct naar de inhoud

Bespreken

Emotiegrafiek: het gevoelspad van jouw boek

Maak het vage 'het was spannend' concreet: leerlingen zetten hun eigen gevoel per hoofdstuk op een lijn en moeten die verdedigen met bewijs uit de tekst.

groep 5-8 2-5 minuten per leesmoment, plus 15-20 minuten klassikale nabespreking aan het einde

Achtergrond

Deze werkvorm bouwt voort op de 'emotion graph'-techniek die in leesbegripmateriaal wordt gebruikt om het gevoelsverloop van een personage over een verhaal in kaart te brengen — chapters op de horizontale as, de sterkte van een gevoel op de verticale as, met per hoofdstuk een punt dat samen een lijn vormt. Hier draaien we het om: niet het gevoel van het personage, maar het eigen leesgevoel van de leerling staat centraal, wat de werkvorm ook een sociaal-emotioneel randje geeft dat aansluit bij bredere stemming-trackingtools in het onderwijs (zoals de Mood Meter uit de RULER-aanpak van Yale-onderzoeker Marc Brackett). Het werkt goed omdat het leerlingen dwingt om een gevoel te kwantificeren en dus te onderbouwen: in plaats van 'het was spannend' moeten ze uitleggen waaróm hoofdstuk 4 een 8 is en hoofdstuk 2 maar een 3, en dat vereist teruggrijpen op concrete gebeurtenissen in de tekst. Leerlingen die het lastig vinden om over gevoelens te praten, gaan vaak juist wel graag in discussie over of een punt op 6 of 8 moet staan — de grafiek werkt dan als een veilige omweg naar een gesprek over emoties. Voor kinderboeken werkt dit het best met verhalen die duidelijke spanningspieken of emotionele wendingen kennen, zoals spannende verhalen, oorlogsverhalen of verhalen met een groot verlies of keerpunt.

Zo doe je het

  1. 1Kies vooraf één gevoel om te volgen (bijvoorbeeld spanning, verdriet of hoop) — één lijn is veel beter te bespreken dan drie lijnen door elkaar.
  2. 2Laat leerlingen na ieder hoofdstuk (of elke 2 hoofdstukken) een cijfer van 1 tot 10 geven aan hun eigen gevoel op dat moment, met een woord of korte reden erbij.
  3. 3Laat leerlingen de punten aan het einde met elkaar verbinden tot een lijn op een grafiek onderaan het werkblad, zodat het verloop in één oogopslag zichtbaar wordt.
  4. 4Bespreek klassikaal de opvallendste pieken en dalen: waar zaten de meeste verschillen tussen leerlingen, en waarom?
  5. 5Vraag door op elk punt: 'je gaf hoofdstuk 5 een 9 — welke zin of gebeurtenis zorgde daarvoor precies?' zodat het gesprek teruggrijpt op de tekst zelf.

Voorbeelden

  • Bij 'Het Achterhuis' (Anne Frank) volgen leerlingen het gevoel 'angst' door het dagboek heen en bespreken ze waarom dat gevoel bij bepaalde datums fors oploopt.
  • Bij 'Kruistocht in Spijkerbroek' (Thea Beckman) volgen leerlingen 'verwarring' of 'spanning' van Dolf en vergelijken ze onderling waar hun grafieken pieken op hetzelfde of juist een ander hoofdstuk.
  • Bij 'Dolfje Weerwolfje' (Paul van Loon) volgen jongere leerlingen 'spanning' en ontdekken ze samen dat de grafiek meestal net vóór het einde van elk hoofdstuk een piek vertoont — een mooie aanleiding om het over cliffhangers te hebben.

Werkblad

Mijn emotiegrafiek

Kies één gevoel om te volgen en geef dat gevoel na elk hoofdstuk een cijfer van 1 (heel weinig) tot 10 (heel sterk). Verbind de punten onderaan tot een lijn.

Welk gevoel ga je volgen door het hele boek?

bijv. spanning, angst, hoop, verdriet

Hoofdstuk 1-2: cijfer + korte reden

cijfer 1-10, en waarom precies dit cijfer

Hoofdstuk 3-4: cijfer + korte reden

Hoofdstuk 5-6: cijfer + korte reden

Laatste hoofdstukken: cijfer + korte reden

Waar zat de hoogste piek in jouw grafiek? Waarom precies daar?

Verschilde jouw grafiek van die van je buurman/buurvrouw? Waarom (niet)?

Ervaringen van leerkrachten met deze werkvorm

Alleen geverifieerde leerkrachten kunnen reviewen — zo blijft elke review betrouwbaar.

Inloggen

Nog geen ervaringen gedeeld. Log in als geverifieerde leerkracht om als eerste je ervaring te delen.

Klopt er iets niet, of wil je iets kwijt over deze pagina?