Direct naar de inhoud

Bespreken

Chambers' Drie Kernvragen

Open ieder boekgesprek in een paar minuten met drie simpele instapvragen die elk kind kan beantwoorden.

groep 3-8 15-20 minuten

Achtergrond

Dit is de allereerste, meest fundamentele laag uit het framework van de Britse schrijver en leesbevorderaar Aidan Chambers, beschreven in zijn boek 'Tell Me: Children, Reading and Talk' (1993), in het Nederlands vertaald als 'Vertel eens: kinderen, lezen en praten'. Chambers onderscheidt drie tot vier korte openingsvragen die samen de 'basisvragen' vormen: wat vond je fijn aan het boek, wat vond je juist niet fijn, was er iets dat je in de war bracht of niet snapte, en viel je iets op dat vaker terugkwam. Het idee erachter is dat elk kind, ongeacht leesniveau, hier meteen iets over kan zeggen, omdat er geen foute antwoorden bestaan — het gaat om persoonlijke ervaring, niet om kennis. In Nederland en Vlaanderen wordt deze aanpak op grote schaal ingezet in het basisonderwijs, onder meer via materiaal van Stichting Lezen en Cultuurkuur, vaak als vaste opening van een boekenkring. Door steeds met dezelfde korte vragen te starten, leren kinderen dat hun eigen leeservaring de basis is van elk gesprek, wat drempelverlagend werkt en zwijgzame lezers over de streep trekt.

Zo doe je het

  1. 1Laat de groep hetzelfde boek, hoofdstuk of prentenboek lezen (voorlezen of zelfstandig).
  2. 2Ga in een kring zitten zodat iedereen elkaar kan zien en niemand 'achteraan' zit.
  3. 3Stel de kernvragen na elkaar los van elkaar (leuk, niet leuk, snapte je niet, viel je een patroon op) en laat telkens een paar kinderen reageren voordat je doorgaat.
  4. 4Herhaal antwoorden kort in eigen woorden ('dus jij vond... omdat...') zodat kinderen zich gehoord voelen en op elkaar kunnen voortbouwen.
  5. 5Sluit af door samen een of twee dingen te benoemen die door meerdere kinderen genoemd werden.

Voorbeelden

  • Bij 'Kikker is verliefd' (Max Velthuijs) vertellen kleuters wat ze grappig vonden aan Kikkers gedrag en wat ze een beetje eng vonden.
  • Bij 'Kruistocht in Spijkerbroek' (Thea Beckman) noemen leerlingen uit groep 7-8 wat hen verwarde aan het tijdreizen en welk personage ze niet mochten.
  • Bij 'Dolfje Weerwolfje' (Paul van Loon) valt leerlingen op dat steeds hetzelfde soort grap terugkomt — een mooi opstapje naar de patroonvraag.

Waarom dit werkt

Werkblad

Mijn Vier Kernvragen

Vul na het lezen deze vier vragen in met steekwoorden, je hoeft geen hele zinnen te schrijven.

Wat vond ik leuk of fijn aan dit boek?

Wat vond ik niet leuk aan dit boek?

Was er iets dat me in de war bracht of dat ik niet snapte?

Bijvoorbeeld een woord, een gebeurtenis of een keuze van een personage

Viel me iets op dat vaker terugkwam in het boek?

Denk aan een zin, kleur, voorwerp of gebeurtenis die je meerdere keren tegenkwam

Ervaringen van leerkrachten met deze werkvorm

Alleen geverifieerde leerkrachten kunnen reviewen — zo blijft elke review betrouwbaar.

Inloggen

Nog geen ervaringen gedeeld. Log in als geverifieerde leerkracht om als eerste je ervaring te delen.

Klopt er iets niet, of wil je iets kwijt over deze pagina?