Direct naar de inhoud

Leesontwikkeling

Hoe werkt lezen? Het leestouw en de bouwstenen

De Simple View of Reading, de uitgebreide formule van Smits en Van Koeven, en Scarborough's leestouw: drie manieren om te snappen wat er allemaal samenkomt in 'even een boek lezen'.

5 min leestijd

In het kort

  • Lezen = decoderen × luisterbegrip (Simple View of Reading) — bij (bijna) nul op één van de twee komt er ook (bijna) geen begrip.
  • Smits en Van Koeven breiden dit uit met motivatie, tekstkwaliteit en actief denken als extra vermenigvuldigende factoren.
  • Scarborough's 'leestouw' vlecht technische en taalgerichte strengen samen tot vaardig lezen.

Een product, geen optelsom

De klassieke formule om lezen te begrijpen is de Simple View of Reading (Hoover & Gough): leesbegrip is het product van decoderen en luisterbegrip. Niet de som, het product — bij (bijna) nul op één van de twee factoren komt er ook (bijna) geen begrip tot stand.

Onderzoekers Smits en Van Koeven (Geletterdheid en Schoolsucces) breiden dit model uit met drie extra factoren die in de klaspraktijk minstens zo veel gewicht in de schaal leggen: de ervarings- en taalbasis van de lezer, leesmotivatie en -hoeveelheid, en tekstkwaliteit gecombineerd met actief denken tijdens het lezen.

Essentieel in hun betoog is dat zij ervan uitgaan dat lezen geen optelsom is van verschillende elementen, maar het product ervan.

Geletterdheid en Schoolsucces — De essentie van lezen in een formule

Het leestouw: de bouwstenen van lezen

Een bekend beeld om lezen te begrijpen is het 'reading rope' van Scarborough (2001), op onderwijskennis.nl consequent vertaald als het leestouw. Het touw bestaat uit twee bundels strengen die samen vlecht raken tot vaardig, vloeiend lezen: de bovenste strengen gaan over taalbegrip (achtergrondkennis, woordenschat, taalstructuren, verhaalkennis, redeneren), de onderste over technisch lezen (fonemisch bewustzijn, decoderen, klank-tekenkoppelingen).

In het begin van het leesproces domineren de technische, onderste strengen. Naarmate het decoderen automatiseert, verschuift het gewicht naar de taal- en kennisgerichte, bovenste strengen. Beide blijven nodig: alleen vlot decoderen zonder taalbegrip levert hardop lezen zonder snappen op; rijke taal zonder decodeervaardigheid komt niet bij de betekelijk omdat alle energie naar het ontcijferen gaat.